Menu

Kamer 3 Jozef Israels

Minder dan 1 maand per nacht: 1650 Bath
1 maand of meer per nacht: 1500 Bath
3 maanden of meer per maand: 32,500 Bath

Kamer 3, vernoemd naar de Haagse schilder Jozef Israels (1824 1911), is een ruime kamer van 32 m2. De kamer is voorzien van enkel getrouwe kopieën van schilderijen door Jozef Israels en heeft verder een ruime badkamer, kledingkast, airco, minibar, flatscreen TV van 81 cm en een DVD- speler. Andere gemakken zijn een wel voorziene minibar, een haardroger, wekkerradio en een waterkoker.

Jozef Israels 1824 - 1911

Israëls kreeg vanaf zijn elfde les van landschapschilder J. Bruggink, die verbonden was aan de Academie Minerva te Groningen. J. J. G. van Wicheren was zijn tweede leermeester in 1836 en in 1838 kreeg hij schilderles van C. B. Buys. Hij was nauwelijks achttien jaar, toen hij in de leer ging bij Jan Adam Kruseman te Amsterdam en bij Jan Willem Pieneman. Hij bleef er wonen, behalve tijdens een paar onderbrekingen, tot 1871. Hierna werkte hij in Den Haag. Van 1845 tot 1847 verbleef hij in Parijs. In het atelier van de Franse François-Édouard Picot werd hem het romantische historieschilderen bijgebracht. Louis Gallait en de Franse Nederlander Ary Scheffer oriënteerden hem op het Romanticisme. Ook Horace Vernet, Paul Delaroche en J. J. Pradier waren bepaalend voor zijn werk toen hij op de Ecole des Beaux-Arts in Parijs studeerde. Hij ontmoette er ook Johan Jongkind en de schilders van Barbizon. Terug in Den Haag waren het zijn voorstellingen van eenvoudige mensen, vooral uit het vissersleven van Zandvoort en Katwijk, die tot zijn roem zouden leiden. Vrouw in badpak aan het strandHierbij ​was zijn keuze enigszins beperkend, terwijl de sfeer overheersend was. Een van zijn eerste vissersschilderijen was Langs moeders graf uit 1856. Het pathetische Verdronken Visser, uit 1861, in de National Gallery van Londen of het romantische The Cottage Madonna, uit 1867, in het Institute of Arts van Detroit, naast zijn landschappen als Na de Storm, ook uit 1867, in het Stedelijk Museum van Amsterdam, zijn creaties uit zijn kunst. Thema's uit het Judaïsme, als de Joodse bruiloft, uit 1903, in het Joods Historisch Museum, bruikleen van het Amsterdamse Rijksmuseum, getuigen van zijn Joodse interesse. De NesNa 1871, toen hij in Den Haag ging wonen, raakte hij nauw bevriend met Hendrik Willem Mesdag. Ze waren samen betrokken bij de oprichting van de Hollandsche Teeken- maatschappij in 1876 en speelden een voorname rol in de Haagse Pulchri Studio. In 1903 begeleidden ze, samen met Willem Maris, Johan Hendrik Weissenbruch naar zijn laatste rustplaats op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Op 12 december 1903 schreef Israëls in zijn dagboek: "Heden Zaterdag, mijn uitgaansdag, heerlijk mooi weer. Bij Mesdag schilderijen gezien die hij onderhanden had, ook bij mevrouw het atelier bezocht, prettig gebabbeld, veel over componeren van een schilderij verteld". Tot 1885 leidde hij zijn zoon Isaac Israëls op, die geboren was in 1865. Hierover schreef hij: "Met de hulp van de Heer, zal hij een beter schilder worden dan zijn vader". Na 1885 ging Isaac zijn eigen weg in Amsterdam en werd er net als George Breitner een van de Amsterdamse Impressionisten. Israëls maakte een reis in Spanje van 1897 tot 1898 en schreef hierna zijn reisverhaal, aan de hand van zijn talrijke tekeningen. Hij werd in 1879 Ridder van de kroonorde van Italië. Als pseudoniem gebruikte hij J. Maalman.

Villa Oranje Chiang mai banner